Archief

Actueel

Op deze plek delen trainees en mensen uit ons netwerk hun ervaringen in de zoektocht naar een nieuwe, efficiëntere en meer klantgerichte overheid.

Participatie = maatwerk

Door Anne van Balkom, dinsdag 14 augustus 2018 09:48

Zomerprogramma bij DisGover

Zomer = vakantie? Niet bij DisGover! Tijdens de zomerperiode is er namelijk een speciaal zomerprogramma met leerzame en inspirerende workshops over verschillende onderwerpen. Dit jaar ligt de focus op de integrale visie op maatschappelijke vraagstukken. Veel maatschappelijke trends zoals duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en verstedelijking vragen namelijk om een integrale blik en kunnen niet meer los van elkaar worden gezien. Wat betekent deze integrale blik voor ons werk in de praktijk? Hoe breng je bijvoorbeeld publiek leiderschap in de praktijk? Hoe denkt de Jonge Ambtenaar van het Jaar 2018 over al deze technologische ontwikkelingen? Hoe zorg je ervoor dat burgers betrokken zijn en blijven bij de plannen van de overheid? Allemaal onderwerpen die voorbijkomen in het zomerprogramma van DisGover!

De participerende overheid

Door de snel veranderende samenleving is er een nieuwe rol weggelegd voor zowel de overheid als de burger. Participatie is hierbij een hot topic. Maar wat is goede participatie en waarmee moeten we rekening houden? Trainee Femke van Oorschot deelde haar kennis hierover tijdens een interessante workshop op een zonnige vrijdagochtend bij DisGover.

 

De workshop begon interactief met de vraag: “Wie heeft in zijn/haar opdracht te maken met participatie?” Enkele trainees staken (twijfelend) hun hand op. Vervolgens mochten we meteen zelf aan de slag met een opdracht: Met wie heb jij op je werk allemaal te maken? Wie zijn de stakeholders? Dit deden we door onze opdracht midden op het papier te plaatsen en van daaruit lijnen te trekken naar allerlei stakeholders. Door dit te visualiseren werd het inzichtelijk gemaakt dat je eigenlijk met veel meer mensen te maken hebt dan je misschien denkt. Allemaal mensen die participeren in een proces.

 

Maar waar komt participatie eigenlijk vandaan? Eigenlijk is burgerparticipatie ontstaan in de vorige eeuw om het volk tevreden te houden. Burgers hadden wel inspraak, maar inhoudelijk konden ze weinig inbrengen. Door de jaren heen wilden burgers echter steeds meer invloed uitoefenen en in de jaren zestig/zeventig zijn dan ook de eerste ‘participatieladders’ ontwikkeld. Hierop wordt aangegeven in welke mate participatie kan worden ingezet, in welke vorm en in welke mate burgers invloed kunnen uitoefenen.

 

Er zijn namelijk veel manieren om participatie in te zetten, maar het is nog een hele kunst om dit op de juiste manier te doen! Een van de belangrijkste lessen uit de workshop is dat participatie geen doel moet zijn, maar een middel. Juist omdat burgerparticipatie tegenwoordig erg populair is, willen veel organisaties “ook iets met burgerparticipatie doen”. Vaak gaat het daar al fout en wordt burgerparticipatie een onderdeel van een checklist die afgevinkt wordt zodra er één inspraakavond is georganiseerd. Je zou er als organisatie alleen iets mee moeten doen als je er ook echt de meerwaarde van inziet, anders sla je de plank flink mis.

 

Zoals gezegd zijn er ontzettend veel manieren om te participeren, maar de meeste herkenbare, traditionele vorm is waarschijnlijk de inspraakavond in het lokale buurthuis waarvoor je wordt uitgenodigd via een informatiebrief in je brievenbus. Dit werkt misschien voor sommige mensen, maar lang niet voor iedereen. Goede participatie is namelijk een continu proces en bestaat uit maatwerk. Zo wil de ene persoon graag al in een vroeg stadium betrokken worden, terwijl iemand anders het fijner vindt om pas mee te denken als er al enkele kaders zijn vastgesteld.

 

Femke liet ons vervolgens het Brand Strategy Research model zien, wat bestaat uit vier belevingswerelden die de verschillende leefstijlen en drijfveren van mensen weergeeft. Iedere belevingswereld heeft een eigen kleur die samenhangt met de behoeften en waarden die centraal staan. Bijvoorbeeld: iemand die tot de gele belevingswereld hoort is extravert en heeft behoefte aan sociaal contact en gezelligheid, terwijl iemand uit de blauwe belevingswereld introvert is en behoefte heeft aan een succesvolle carrière en erkenning. Iemand die ‘geel’ is heeft dus een totaal andere incentive om te participeren dan een ‘blauw’ persoon. Zo wordt ‘rood’ het liefst al bij een plan betrokken in de voorbereidingsfase, terwijl groen liever meedenkt en -weet bij de uitvoering van een beleid. Ook de manier waarop er het best gecommuniceerd kan worden hangt samen met de verschillende belevingswerelden.

 

Op basis van deze belevingswerelden kunnen gemeenten leefstijlkaarten maken om te zien welke kleur het meest vertegenwoordigd is in een bepaald gebied. Dit geeft ze handvaten om een passende vorm van participatie in te zetten. Waarschijnlijk zullen er weinig mensen die zich honderd procent kunnen identificeren met slechts één van bovenstaande belevingswerelden en zal het een combinatie zijn van meerdere kleuren, maar het geeft wel een goed beeld van de verschillende behoeften en waarden van mensen om wel of niet te participeren en op welke manier ze het liefst betrokken willen worden.

 

Aan het eind van de ochtend waren we weer een stuk wijzer wat betreft participatie en de overheid. Conclusie: er zijn ontzettend veel mogelijkheden om burgerparticipatie in te zetten, maar denk vooral goed na over waarom je het inzet en kies dan voor een manier die het best werkt in de betreffende omgeving. Want: goede participatie = maatwerk!